I’m on fire
Vol energie zing ik in de auto heerlijk vals mee op ‘The greatest love’ van Whitney. Ik ben gek op de momenten waarop ik weet dat ik op het juiste pad zit en deze avond was er zo een. Dus waarom niet afsluiten met een klassieker over zelfliefde?
Ik vind mijn opleiding tot brandweervrouw spannend in ieder opzicht. Ik leer letterlijk hoe ik het gevaar tegemoet ga. En hoe erg dit ook bij mij past, soms knijp ik hem echt wel. Mijn ademluchtmasker en ik zijn namelijk nog geen vrienden en als ik eraan denk dat we samen moeten werken, staat het lood me een beetje in de schoenen. Gelukkig mocht hij thuis blijven. Vandaag stond het opbouwen van de waterwinning op het programma. Voor de leken onder ons: zorgen dat er water uit die blusdingen komt.
We beginnen altijd even met een koffietje, of ik met een luxe chocolademelk, en een meet- que nadat we elkaar een week niet gezien hebben. Daarna is het bluspakken aan en een korte voorbespreking over wat we die avond gaan doen. Ik ben een trotse (klasse)mama als ik hoor dat de jongens allemaal netjes hun huiswerk hebben gemaakt. Het maakt ook dat ik geruster de opleidingsavond in ga, want nu weet ik dat ze me kunnen helpen begrijpen hoe al die wiskundige hocus pocus werkt.
Wanneer we de wagen instappen is iedereen vol positieve energie en enthousiasme. Er trillen nog wat telefoons na met de laatste berichtjes. “Heeft er iemand soms een vibrerend eitje in?” Ik vergat in mijn enthousiasme mijn filter aan te zetten en reageerde dat ik het niet ben, maar dat het eigenlijk wel een goed idee is. Gelukkig kennen de mannen me en kon er al een vunzig grapje in. No pun intended.
Je hebt altijd vrij snel na de start van een opleiding dat er één iemand is waar je een klik mee hebt. Zo één waarvan je al snel weet: dit gaat mijn maatje zijn. Ik heb dat met Rens. Rens is een grote vent van 1.90 meter met van die kanonnen van armen. Hij heeft een gezinnetje en is 1 jaar jonger dan ik. Toen ik het een keertje moeilijk had, stuurde hij mij later nog een berichtje om te vragen hoe het met me was en of hij wat voor me kon doen. Kortom, een grote sexy teddybeer. Als de groep opgesplitst moet worden, zit Rens altijd bij mij. Ik hoef me maar om te draaien en hij staat er. Ik voel me veilig naast die beer.
Ook nu moesten de Beer en ik samen werken. Alleen moest ik hem, met mijn 1.69 meter, tegen gaan houden als er druk op de slang kwam te staan. Natuurlijk kon Beer dit klusje zelf wel klaren, maar met mij als maatje is het altijd lachen. Dus werden er volop foto’s gemaakt met hoe ik hem probeerde vast te houden, lees: te betasten en gekke bekken trok naar de rest van het team. Later zag ik terug op de foto’s dat Beer precies hetzelfde deed bij mij. Maatjes.
De andere jongens zorgen er ook allemaal voor dat ik me op mijn plek voel. Door stiekem te delen dat ze het toch wel koud hebben of ook geen hol snappen van wat welk commando nou is. Wanneer ik sta te klooien met het oprollen van een 38 mm slang hoor ik: “Gaat het vrouwke?” “Moet je niet ff van handschoenen wisselen?” Dat ‘vrouwke’ klinkt misschien denigrerend, maar voor deze Brabander klinkt dat als muziek in de oren. Bovendien maken ze zich zorgen om mij. Anderzijds komen ze ook voor me op als de instructeurs iets in twijfel trekken over mijn kunnen. “Zij kan dat hoor, dat is een beest!” Ik ben nu al gek op ze en ze zijn een enorme aanwinst voor mijn zelfboost. Want ze accepteren mij om mij en ik weet dat ze altijd mijn steuntje in de rug zullen zijn, letterlijk en figuurlijk.