Open Podium
Na een heerlijk 28 gangen diner bij de tapasketen van het land, struinen we nog wat door de stad. Ik kan niet ontkennen dat ik die levendige onrust af en toe ontzettend mis. Al die lichten, geluiden en geuren zorgen ervoor dat ik me behaaglijk voel. Het is een thuiskomen. En dan hier lopen, samen met deze man, dat maakt alles compleet. Wanneer we bijna bij het hotel aankomen, passeren we het stadsklooster aan de overkant waar wat bedrijvigheid lijkt te zijn. We worden uitgenodigd om binnen te komen kijken, waar het open podium is. Er is net een act bezig, maar we zijn vrij om te gaan en staan waar we willen.
Ik hou van oude kloosters en kerken. Het is al verwonderlijk hoe dit al die jaren geleden gemaakt is met alle details, maar wat het voor mij zo bijzonder maakt is gewoon de plek. Mensen komen hier voor hoop, troost, verbondenheid of andere dingen waar ze op dat moment behoefte aan hebben. Deze avond is daar niet anders in. Op het podium staat een man, genaamd Henri, zijn stinkende best te doen om de 20 aanwezige mensen mee te krijgen bij zijn befaamde neus fluitconcert. Ondanks mijn bewondering voor deze man, kan ik er niets aan doen en raak in een lachbui waar ik niet meer uit lijk te komen.
“Heel bijzonder” zeg jij, die rustig zit te kijken en mijn lachen compleet negeert. Henri gaat door naar zijn volgende nummer ‘the rose’ waarbij hij een echte roos tevoorschijn tovert en deze in zijn mond houdt. Jij bestudeert Henri’s techniek terwijl ik over het kerkbankje rol van het lachen.
“Die zit gewoon op zijn vingers te blazen hoor.”
Op de voorste rij zie ik een man met een gele trui en sjaaltje een traantje wegpinken en rustig meebewegen op de muziek. Henri fluit zijn laatste noten tot de mensenmassa in klappen uitbarst. Gelukkig voor Henri klinken 20 mensen in een klooster als 40 mensen. Zeker verdiend, ondanks mijn onbedwingbare gnuiven. Er volgt een korte pauze zodat ik even kan bekomen en de volgende artiest zich vast kan voorbereiden. We amuseren ons kostelijk door te kijken wat voor mensen er allemaal rondlopen. Bij iedere nieuwe alternatieveling die binnenkomt, steek jij je hand op alsof je hen iedere vrijdagavond ziet bij dit soort evenementen.
“Dit is een echte professional. Deze heeft namelijk een oortje in.”
Ik ga stuk om jou. Marie is aan de beurt met haar poetry slam. Marie is net moeder en door het moederschap geïnspireerd geraakt om te schrijven, maar helaas is het onthouden van haar teksten haar daardoor ook ontnomen. Het ging over vreemde verlepte vlinders, borstjes die iets ongelijk zijn en toch het recht hebben en de wind die door de kammen van de kippen blaast. Het was magisch. We luisteren nog een liedje van een oude indiaan die daadwerkelijk goed was en besluiten om naar het hotel terug te keren.
“Kijk je al uit naar het volgende concert? Misschien is er dan wel een anusfluiter.”
“Dat kan ik ook.”
Tussen al mijn lachbuien door kan ik er niet aan doen om intens te genieten van deze achterlijke bedoeling samen met jou. Ik voel me verbonden, getroost en hoopvol voor onze toekomst samen. Alles wat deze plek zo bijzonder maakt, maar vooral jij. Jij die alles bijzonder maakt. Met jou is het altijd open podium.